Historie

Een Utrechts stadskasteel

Aan de Oudegracht 99 staat een van de meest herkenbare middeleeuwse stadskastelen van Utrecht. Stadskasteel Oudaen werd kort na 1276 gebouwd en heeft zijn weerbare karakter uitzonderlijk goed behouden. Eeuwenlang wisselden voorname families, diplomaten, bewoners en functies elkaar af. Van patriciërshuis tot oude mannen en vrouwenhuis, en van restauratie tot een levendige plek voor horeca en cultuur.

.

VAN WEERBAARHUIS TOT STADSKASTEEL

In de twaalfde, dertiende en veertiende eeuw lieten rijk geworden patriciërs in Utrecht grote stenen huizen bouwen langs het handelscentrum aan de Oudegracht. Deze panden waren statussymbolen en oogden verdedigbaar, met hoogte, massa en soms een weergang. Rond 1400 kende Utrecht circa twintig van zulke stadskastelen, waarvan Oudaen het middeleeuwse aanzien het best heeft bewaard.

Oudaen bestond uit een groot, diep hoofdhuis met een imposante zaal op de begane grond en een kleiner zijhuis dat praktischer was om in te wonen. Onder het huis liggen kelders en aan de voorzijde is de traptoren een markant herkenningspunt.

DE EERSTE EIGENAREN

De vroegst bekende eigenaar van Oudaen is Vrederik Zoudenbalch, die in 1311 als eigenaar wordt vermeld. Later kwam het pand in handen van Adam Zoudenbalch en vervolgens, in 1395, van Dirck van Houdaen Oudaen.

De naam Oudaen verwijst naar de ridderhofstad Oudaan bij Breukelen, gelegen aan de rivier de Aa. Via deze familie kreeg het stadskasteel zijn blijvende naam.
In de eeuwen daarna werd Oudaen bewoond door verschillende vooraanstaande Utrechtse families, waaronder leden van de families Drakenborch, Rutenberg en Couwenhoven. Het pand was daarmee een plek van invloed en status.

VERBOUWINGEN

Rond 1500 werd de kap aangepast en werden vloeren en balklagen vernieuwd. De oorspronkelijke grote zaal op de begane grond werd opgesplitst in twee ruimten, een indeling die nog altijd zichtbaar is in de constructie. In 1680 volgde een ingrijpende verbouwing. De hoofdingang verhuisde naar het kleinere zijhuis aan de rechterzijde. De zware middeleeuwse kantelen verdwenen en maakten plaats voor een balustrade. Ook het kenmerkende hekwerk voor de gevel dateert uit deze periode.

OUDAEN IN ROERIGE TIJDEN

Tijdens het beleg van kasteel Vredenburg in 1576 en 1577 werd Oudaen ingezet als hoge positie voor geschut. Het pand liep schade op, vooral aan de achtergevel, en die werd in 1580 hersteld op kosten van de Staten van Utrecht. Bij restauraties zijn kogels als herinnering in de gevel ingemetseld.

1712 EN 1713: VREDE VAN UTRECHT EN EEN DIPLOMATIEK HOF

In 1712 en 1713, tijdens de vredesonderhandelingen die zouden leiden tot de Vrede van Utrecht, verbleef de Franse diplomaat Melchior de Polignac met zijn hofhouding tijdelijk in Oudaen. De onderhandelingen brachten een grote economische en culturele impuls voor de stad. De elite verhuurde woningen, personeel werd ingehuurd en Utrecht beleefde een periode vol ontvangsten, diners en vertier.

1758 TOT 1965: OUDE MANNEN EN VROUWENHUIS

In 1758 werd Oudaen verkocht aan de Nederduitse Hervormde Gemeente en kreeg het pand een nieuwe functie als oude mannen en vrouwenhuis. Dit bleef ruim twee eeuwen zo, tot 1965. In deze periode waren er gescheiden eetzalen voor vrouwen en mannen, slaapzalen op de verdieping en achterin onder meer de regentenkamer en ziekenvertrekken, verbonden met de tuin.

RESTAURATIE EN HET OUDAEN VAN NU

Na het vertrek van de laatste bewoners in 1965 wisselde het pand van eigenaar. Uiteindelijk kwam Oudaen via Veritas terecht bij het Utrechtse Monumentenfonds, en later bij de gemeente Utrecht. In 1984 werd het in erfpacht gegeven aan de Stichting tot restauratie en instandhouding van Oudaen. Na restauratie werd het pand verhuurd voor horeca exploitatie en groeide het vanaf de jaren negentig uit tot een bekende plek in de stad, met onder meer een brouwerij in de werfkelders.